ECLI:NL:CRVB:2007:BA4344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Toekenning wettelijke rente over vertraagde WW-uitkering na pensioenherziening
Appellant, die gebruik maakte van een herschikking van pensioenrechten en daardoor aanspraak kreeg op een vroegpensioenuitkering, diende een WW-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, wat door de rechtbank werd vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze vernietiging en oordeelde dat de pensioenuitkering terecht als ouderdomspensioen werd aangemerkt en in mindering gebracht op de WW-uitkering. Tevens werd vastgesteld dat appellant recht had op vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling van de WW-uitkering vanwege de vertraging.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van deze rente, proceskosten en het griffierecht. Het geschil betrof de juiste toepassing van artikel 34 van Pro de WW en de regeling Gelijkstelling van uitkeringen met ouderdomspensioen. De Raad benadrukte dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd moet besluiten en dat de wettelijke rente verschuldigd is vanaf de maand volgend op de maand waarin de betaling had moeten plaatsvinden.
Uitkomst: De Raad bevestigt vernietiging van het eerste besluit en veroordeelt het UWV tot betaling van wettelijke rente over de vertraagde WW-uitkering.