ECLI:NL:CRVB:2007:BA4783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winstverdeling en maatmaninkomen bij WAZ-uitkeringen van echtgenoten in parketvloerbedrijf
Betrokkene 1 en 2, echtgenoten en ondernemers in de parketvloerbranche, ontvingen uitkeringen op grond van de AAW en later de WAZ. De vaststelling van hun maatmaninkomen en de winstverdeling over de refertejaren leidde tot geschillen. Betrokkene 1 viel uit wegens klachten in 1991, betrokkene 2 in 1992.
Appellant stelde in 2002 dat het aandeel van betrokkene 1 in de winst over 1988-1990 50% was in plaats van 70%, wat leidde tot intrekking van zijn uitkering. Betrokkene 2 kreeg een aangepaste winstverdeling toegewezen voor latere jaren. De rechtbank vernietigde deze besluiten wegens onvoldoende onderbouwing.
De Raad oordeelt dat de oorspronkelijke winstverdeling van 70%-30% voor betrokkene 1 en 2 over 1988-1990, zoals vastgesteld door arbeidsdeskundige De Jong, terecht is en dat de latere verklaring van de echtgenoten over een 50%-50% verdeling onvoldoende onderbouwd is. Voor betrokkene 2 is het maatmaninkomen op juiste wijze vastgesteld, rekening houdend met gewijzigde winstverhoudingen na uitval betrokkene 1. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit over betrokkene 1 en vernietigt de uitspraak over betrokkene 2, verklaart haar beroep ongegrond en veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene 1.
Uitkomst: Het bestreden besluit over betrokkene 1 wordt vernietigd en bevestigd, het besluit over betrokkene 2 wordt vernietigd en haar beroep ongegrond verklaard.