ECLI:NL:CRVB:2007:BA4786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresinformatie en gerechtvaardigd huisbezoek
Appellante ontving bijstand op basis van een opgegeven woonadres, een zolderkamer die zij onderhuurde. Na een bevalling in Brussel en een onbekend verblijf in het buitenland werd haar bijstand geblokkeerd en later deels hersteld met een maatregel. Het College trok de bijstand in vanwege onjuiste informatie over haar verblijf en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug.
Appellante voerde aan dat het huisbezoek zonder haar toestemming een onrechtmatige inbreuk op haar privacy was volgens artikel 8 EVRM Pro en dat het College zich niet op onrechtmatig verkregen bewijs mocht baseren. De Raad oordeelde dat de zolder een afzonderlijke woonruimte was waarvoor toestemming vereist was, maar dat het huisbezoek gerechtvaardigd en proportioneel was vanwege twijfels over haar werkelijke verblijfplaats.
De Raad stelde vast dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. De beleidsregels van het College werden als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en oordeelt dat het huisbezoek gerechtvaardigd was.