ECLI:NL:CRVB:2007:BA4819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens teveel bijverdiensten op grond van studiefinanciering
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de IB-Groep tot vaststelling van een vordering wegens teveel aan eigen bijverdiensten. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en deze uitspraak is in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe grieven aanvoerde die niet reeds in eerste aanleg waren besproken. De uitleg van het begrip studiefinanciering moest worden gebaseerd op de Wet studiefinanciering 2000, waarbij geen plaats was voor een afwijkende interpretatie op basis van algemeen taalgebruik of Van Dale.
Verder stelde de Raad vast dat er geen rechtens relevante toezeggingen door de IB-Groep waren gedaan die de wettelijke verplichting tot vaststelling van de vordering zouden opheffen. Eventuele leemtes in het voorlichtingsmateriaal konden hooguit aanleiding zijn voor nader onderzoek, maar niet voor matiging van de vordering. De rechtbank had daarom terecht het beroep ongegrond verklaard en de vordering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vordering wegens teveel bijverdiensten en verklaart het hoger beroep ongegrond.