ECLI:NL:CRVB:2007:BA5158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen -Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg trok haar bijstandsuitkering met ingang van 1 juni 2005 in, omdat zij beschikte over een garagebox met een WOZ-waarde van €16.000, wat de geldende vermogensgrens van €10.210 overschrijdt.
Appellante stelde dat zij schulden had die het vermogen zouden verminderen, maar kon dit niet voldoende aannemelijk maken. De Raad overwoog dat schulden alleen in aanmerking worden genomen als het bestaan en de terugbetalingsverplichting voldoende zijn aangetoond. De verklaring van de vermeende schuldeiser was achteraf opgesteld en appellante had het bestaan van de schuld niet eerder gemeld.
De Raad oordeelde dat appellante gedurende de periode van 1 juni 2005 tot en met 4 juli 2005 over vermogen beschikte dat een beletsel vormde voor bijstandsverlening. Tevens was zij niet aan haar inlichtingenverplichting voldaan, waardoor het College bevoegd was de bijstand in te trekken. Het beleid van het College om bij schending van deze plicht altijd tot intrekking over te gaan, werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens overschrijding van de vermogensgrens wordt bevestigd.