ECLI:NL:CRVB:2007:BA5165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening aanvullende beurs op basis van onjuiste inkomensgegevens zonder kennis betrokkene
In deze zaak stond de herziening van een toegekende aanvullende beurs centraal, waarbij de IB-Groep het bedrag met terugwerkende kracht aanpaste op basis van het definitieve inkomen van de vader van betrokkene. Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen de terugvordering van het te veel ontvangen bedrag.
De rechtbank had geoordeeld dat de IB-Groep bij herziening met terugwerkende kracht ook moest nagaan of het voor betrokkene redelijkerwijs duidelijk was dat de aanvankelijke beschikking onjuist was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze voorwaarde niet geldt voor herziening op grond van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens, zoals bepaald in artikel 7.1, tweede lid, onder c, van de Wet studiefinanciering 2000.
De Raad stelde dat het beleid van de IB-Groep, waarbij in geval van te veel toegekende studiefinanciering steeds volledig wordt herzien, niet onredelijk is. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van dit beleid noopten. Betrokkene had niet betwist dat het inkomen van haar vader onjuist was vastgesteld en er was geen sprake van meerdere fouten door de IB-Groep.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard, waarmee de herziening en terugvordering van het te veel ontvangen bedrag werd bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de aanvullende beurs en terugvordering van het te veel ontvangen bedrag worden bevestigd.