ECLI:NL:CRVB:2007:BA5478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag bijzondere bijstand woonkosten
Appellante verzocht het College van burgemeester en wethouders van Maastricht om terug te komen op het eerdere besluit van 19 september 2001, waarbij haar aanvraag om bijzondere bijstand voor woonkosten over de periode van 1 juli 2001 tot 1 juli 2002 was afgewezen. Het College wees dit verzoek bij besluit van 13 mei 2004 af, en het bezwaar tegen dit besluit werd op 28 juni 2005 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij een herhaalde aanvraag nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moeten worden vermeld. Het College had het verzoek inhoudelijk behandeld en gemotiveerd waarom appellante geen aanspraak meer kon maken op bijzondere bijstand. De Raad stelde dat het bestuursorgaan bevoegd is een eerdere afwijzing inhoudelijk te heroverwegen, maar dat dit niet mag leiden tot een volledige herbeoordeling alsof het een oorspronkelijke aanvraag betreft.
De Raad concludeerde dat het College in redelijkheid tot zijn besluit van 28 juni 2005 heeft kunnen komen en niet in strijd met rechtsregels of beginselen heeft gehandeld. Het feit dat appellante over een latere periode bijzondere bijstand ontving, werpt geen nieuw licht op de situatie over de periode 2001-2002. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag bijzondere bijstand over 2001-2002 wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.