ECLI:NL:CRVB:2007:BA6270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling WAO-dagloon en mate van arbeidsongeschiktheid bij uitzendkracht
Appellant was werkzaam als administratief ambtenaar bij de TU Delft en als uitzendkracht/intercedent bij Randstad Uitzendbureau. Na het staken van werkzaamheden wegens psychische klachten werd een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV stelde het dagloon definitief vast op basis van de functie als uitzendkracht en niet op het ambtelijk inkomen bij de TU Delft, omdat een ambtelijk inkomen niet als basis kan dienen voor het WAO-dagloon.
Na heronderzoek werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 55-65%, waarbij appellant werkzaamheden verrichtte als receptionist/telefonist. Het geschil betrof de juiste vaststelling van het dagloon en de maatmanfunctie. De Raad overwoog dat de maatmanfunctie in beginsel wordt bepaald op de laatstelijk voor arbeidsongeschiktheid uitgeoefende functie, hier de uitzendkracht/intercedent.
De Raad verwierp het beroep van appellant dat ook het ambtelijk inkomen als maatmanfunctie had moeten worden meegenomen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van het WAO-dagloon op basis van de functie als uitzendkracht en de mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.