ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 18 september 1996
Appellant was werkzaam tot maart 1996 en viel op 18 september 1996 uit wegens psychische klachten, waarna een WAO-uitkering werd toegekend. Hij verzocht de arbeidsongeschiktheidsuitkering eerder te laten ingaan, omdat hij zich vanaf 1 maart 1996 arbeidsongeschikt achtte.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 18 september 1996. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde op basis van dossierstudie dat er geen medische gegevens waren die een eerdere datum ondersteunden. De rechtbank Amsterdam oordeelde eveneens dat er onvoldoende aanknopingspunten waren voor een eerdere datum.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat hoewel appellant mogelijk al vóór 18 september 1996 stressklachten had, er geen bewijs is voor een psychiatrisch ziektebeeld dat tot arbeidsongeschiktheid leidde. Medische rapporten en behandelingen bevestigen dat de daadwerkelijke behandeling pas in oktober 1996 begon. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag terecht is vastgesteld op 18 september 1996.