ECLI:NL:CRVB:2007:BA6374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks gebrekkige motivering in bezwaarprocedure
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin haar WAO-uitkering werd herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege een gebrekkige motivering bij de bezwaarafhandeling, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand conform artikel 8:72 lid 3 Awb Pro.
In hoger beroep richt appellante zich tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen, stellende dat dit onbegrijpelijk is. Het UWV stelt dat zij in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb heeft gehandeld door pas in de beroepsfase een arbeidskundige motivering te geven, maar dat de inhoudelijke beoordeling van de arbeidsongeschiktheid wel juist is.
De Raad oordeelt dat het UWV geen onjuiste uitleg geeft aan artikel 8:72 lid 3 Awb Pro en bevestigt het oordeel van de rechtbank. Er zijn geen inhoudelijke grieven tegen de medische en arbeidskundige beoordeling. Appellante heeft geen nadere medische stukken ingediend omdat een herkeuring heeft plaatsgevonden. De WAO-uitkering is later verhoogd naar 65-80%. De Raad ziet geen reden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand ondanks de gebrekkige motivering.