ECLI:NL:CRVB:2007:BA6567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand als alleenstaande sinds 1983. Het College stelde na onderzoek, onder meer via sociaal rechercheurs en dossieronderzoek, vast dat appellanten sinds 1 januari 2000 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van €58.559,59.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat de verklaringen van appellanten tegenover de sociaal rechercheurs betrouwbaar waren en dat het waterverbruik de gezamenlijke huishouding ondersteunde. Ook was sprake van wederzijdse verzorging, zoals gezamenlijke bezittingen, gezamenlijke kosten en zorg voor elkaar.
De Raad oordeelde dat appellant daardoor niet als zelfstandig bijstandsgerechtigde kon worden beschouwd en dat de melding van de gezamenlijke huishouding aan het College ontbrak, wat de inlichtingenplicht schond. Het College handelde conform beleid door intrekking en terugvordering toe te passen, zonder dat bijzondere omstandigheden tot afwijking leidden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding wordt bevestigd.