ECLI:NL:CRVB:2007:BA6583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks geschil over mate arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 1982 arbeidsongeschikt en in het bezit van een WAO-uitkering, betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage door het UWV. Na meerdere onderzoeken en bezwaarprocedures stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 35-45%, later herzien naar 45-55%. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkt is dan vastgesteld en dat het UWV het arbeidsongeschiktheidscriterium van vóór 1987 onjuist toepaste. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, rekening houdend met zowel fysieke als psychische beperkingen, en dat de beoordeling van de arbeidskundige onderbouwing juist was.
De Raad stelde vast dat de vermeende nieuwe klachten onvoldoende verband hielden met de oorspronkelijke aandoeningen waarop de WAO-uitkering was gebaseerd. Ook de verklaringen van de behandelend psychiater overtuigden niet van een zwaardere beperking. De Raad bevestigde dat de criteria van vóór 1987 van toepassing zijn en dat het UWV aan alle vereisten voldeed bij het duiden van passende functies.
De uitspraak bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep van appellant af, waarmee de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep van appellant af.