ECLI:NL:CRVB:2007:BA6647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele reïntegratieovereenkomst wegens overschrijding maximumbedrag en onvoldoende onderbouwing
Appellante ontving vanaf 4 maart 2002 een WW-uitkering en diende op 29 juli 2004 een aanvraag in voor een individuele reïntegratieovereenkomst (IRO) met een plaatsingsplan dat kosten begrootte op € 11.103,--. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat het bedrag het in het Besluit vastgestelde maximum van € 5.000,-- ruim overschreed en onvoldoende was aangetoond dat het hogere bedrag noodzakelijk was voor re-integratie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het Uwv terecht het verzoek afwees wegens gebrek aan onderbouwing en het niet kiezen van het goedkoopste adequate alternatief. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte het maximumbedrag hanteerde en dat zij schade had geleden door vertraging in het re-integratietraject.
De Raad overwoog dat het Uwv beoordelingsvrijheid heeft om op basis van het opleidingsniveau en de arbeidservaring van appellante te bepalen dat de scholing niet noodzakelijk is. Ook vond de Raad geen aanleiding om te oordelen dat er sprake was van verboden onderscheid tussen hoger en lager opgeleiden. De stelling van appellante dat zij schade leed door fouten van het Uwv faalde omdat het beroep niet gegrond werd verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De aanvraag voor een individuele reïntegratieovereenkomst wordt afgewezen wegens overschrijding van het maximumbedrag en onvoldoende onderbouwing.