Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2007:BA6872

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/2835 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak WWB

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 18 april 2006, waarin het verzet tegen een uitspraak van 29 november 2005 ongegrond werd verklaard. Deze eerdere uitspraak betrof een niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

De Raad heeft overwogen dat de gronden die verzoeker aanvoert, met name zijn detentie op het moment van verzending van de uitspraak van de rechtbank Zwolle, reeds bekend waren en reeds in eerdere procedures aan de orde zijn gesteld. Het rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om de discussie te heropenen.

Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. De Raad ziet geen aanleiding voor het opleggen van proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 mei 2007.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

06/2835 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoeker] (hierna: verzoeker),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 18 april 2006, 05/6095
in het geding tussen:
verzoeker
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle (hierna: College)
Datum uitspraak: 22 mei 2007
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft gevraagd om herziening van de door de Raad op 18 april 2006 gegeven uitspraak.
Het College heeft een reactie op het verzoek aan de Raad gezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 april 2007. Verzoeker is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van den Brug, werkzaam bij de gemeente Zwolle.
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Awb in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en
redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben
kunnen leiden.
Bij uitspraak van 29 november 2005 heeft de Raad het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 19 juli 2005, 05/870 en 05/871, niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep.
Bij de uitspraak waarvan herziening is gevraagd heeft de Raad het verzet tegen de uitspraak van 29 november 2005 ongegrond verklaard.
De Raad is van oordeel dat de gronden die verzoeker in zijn verzoekschrift heeft aangevoerd, niet kunnen worden aangemerkt als feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. Dat verzoeker was gedetineerd op de datum waarop de hiervoor genoemde uitspraak van de rechtbank Zwolle aan hem werd verzonden, heeft hij immers reeds naar voren gebracht in zijn verzetschrift tegen de uitspraak van de Raad van 29 november 2005. De Raad is daarop ook ingegaan in zijn uitspraak van 18 april 2006. Het rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld voor een heropening van de discussie.
Het verzoek om herziening dient daarom te worden afgewezen.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter, en G. van der Wiel en A.B.J. van der Ham als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S. van Ommen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2007.
(get.) C. van Viegen.
(get.) S. van Ommen.