ECLI:NL:CRVB:2007:BA7019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering na onverschuldigde betaling
Appellante ontving een voorschot op een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, terwijl later een lagere mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld. Hierdoor werd onverschuldigd een hoger bedrag aan WAO-uitkering betaald.
Het UWV vorderde dit bedrag terug, en na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat terugvordering verplicht was, tenzij sprake was van dringende redenen of bijzondere gevallen die het vertrouwensbeginsel schenden. De rechtbank stelde vast dat geen van deze uitzonderingen van toepassing was.
De rechtbank vond het teruggevorderde bedrag correct vastgesteld en ook de maandelijkse aflossingscapaciteit van €340 passend bij een totale capaciteit van €805,20. De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze beoordeling en wees het hoger beroep af.
De Raad benadrukte dat appellante zich bewust had moeten zijn van de terugvordering, mede gelet op de duidelijke communicatie in het oorspronkelijke voorschotbesluit. Telefonische geruststellingen van het UWV konden geen gerechtvaardigde verwachtingen scheppen.
Proceskosten werden niet toegewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.