ECLI:NL:CRVB:2007:BA7108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand legeskosten verlenging verblijfsvergunning
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de legeskosten in verband met de verlenging van de verblijfsvergunning van zijn echtgenote en kinderen. Deze aanvraag werd door het College van burgemeester en wethouders van Maastricht afgewezen omdat appellant aanspraak kon maken op een voorliggende voorziening, namelijk een lening bij de Kredietbank.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat geen sprake is van zeer dringende redenen die bijzondere bijstand rechtvaardigen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de WWB.
De Raad stelt vast dat de kredietmogelijkheid bij de Kredietbank passend en toereikend is voor de legeskosten van € 1.425,-- en dat appellant geen schulden had die dit in de weg stonden. Daarom bevestigt de Raad de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Een veroordeling in de proceskosten wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.