ECLI:NL:CRVB:2007:BA7325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar een WAO-uitkering toe te kennen. Het bezwaar werd ongegrond verklaard omdat zij bij aanvang van haar verzekering op 1 oktober 1999 reeds volledig arbeidsongeschikt was. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en merkte op dat het feit dat zij in WSW-verband werkte onvoldoende aanleiding gaf tot een ander oordeel.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat haar psychische gesteldheid niet zodanig was dat sprake was van volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv bevoegd was de vastgestelde arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering buiten aanmerking te laten en verwees naar een eerdere onherroepelijke uitspraak van 14 juni 2004.
De Raad zag geen reden om van dat oordeel af te wijken en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering.