ECLI:NL:CRVB:2007:BA7327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld op grond van Ziektewet wegens geschiktheid voor werk
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 31 augustus 2004, waarin haar het recht op ziekengeld werd ontzegd. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat haar belastbaarheid was afgenomen ten opzichte van de beoordeling in het kader van de WAO in 2001.
De rechtbank verwees daarbij naar eerdere uitspraken waarin de functies die appellante destijds passend werden geacht, ook nu nog passend zijn. De Raad onderschrijft deze overwegingen en constateert dat appellante geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die haar ongeschiktheid voor werk op 31 augustus 2004 zouden onderbouwen.
Daarom bevestigt de Raad de aangevallen uitspraak en ziet geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 juni 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om ziekengeld toe te kennen aan appellante.