ECLI:NL:CRVB:2007:BA7360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake WAO-uitkering en geschiktheid voor gangbare arbeid
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden die het besluit van het UWV vernietigde om betrokkene geen WAO-uitkering toe te kennen per 6 januari 2004. De rechtbank oordeelde dat het UWV had moeten onderzoeken of betrokkene, gelet op zijn arbeidsverleden, geschikt was voor werk buiten het WSW-verband.
De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank niet volledig. De Raad stelt dat het beëindigen van het WSW-dienstverband niet automatisch betekent dat betrokkene geschikt is voor gangbare arbeid. Echter, op basis van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn er meerdere gangbare functies te duiden die betrokkene kan verrichten met een verlies van verdiencapaciteit van slechts 3,77%, wat minder is dan de 15% grens.
De Raad acht een nader onderzoek niet noodzakelijk en oordeelt dat betrokkene niet specifiek aangewezen is op een beschutte werkplek. Ook het door betrokkene overgelegde rapport ondersteunt de mogelijkheid tot plaatsing in het vrije bedrijf. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het het onderzoek naar werk buiten het WSW-verband betreft en verklaart het hoger beroep van het UWV gegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het betreft de verplichting tot nader onderzoek.