ECLI:NL:CRVB:2007:BA8073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Weigering en latere toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering na medische beoordeling
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, viel uit wegens polsklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Na onderzoek door verzekeringsartsen werd aanvankelijk een uitkering geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en stelde aanvullende medische rapporten op, waaronder van een orthopedisch chirurg en een psychosociaal instituut.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij zwaar tilde aan de rapportages van de bezwaarverzekeringsartsen. In hoger beroep bracht appellant nog extra medische stukken in, waaronder een brief van een orthopedisch chirurg die geen duidelijke afwijkingen vaststelde. De Raad concludeerde dat de medische rapportages zorgvuldig en consistent waren en dat er geen aanleiding was het oordeel van de verzekeringsartsen te herzien.
Het UWV stelde bij een nieuw besluit een gedeeltelijke WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Omdat het hoger beroep mede tegen dit nieuwe besluit was gericht, oordeelde de Raad dat appellant geen belang meer had bij het hoger beroep en verklaarde dit niet-ontvankelijk. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe UWV-besluit ongegrond, met veroordeling van het UWV tot betaling van proceskosten en griffierecht.