ECLI:NL:CRVB:2007:BA8188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand wegens niet-noodzakelijke kosten en territorialiteitsbeginsel
Appellant, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Algemene Ouderdomswet, verzocht bijzondere bijstand voor reiskosten en verblijfskosten in Bulgarije vanwege zijn longaandoening en de noodzakelijke verzorging door zijn echtgenote. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal wees dit verzoek af omdat de kosten niet als noodzakelijk werden beschouwd en het territorialiteitsbeginsel de verstrekking van bijzondere bijstand voor kosten in het buitenland belemmert.
De voorzieningenrechter van de rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat niet was komen vast te staan dat alleen de echtgenote in staat was tot verzorging, aangezien alternatieven zoals verzorging door kinderen of thuiszorg mogelijk waren. Appellant stelde in hoger beroep dat de weigering in strijd was met zijn recht op gezinsleven zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM Pro.
De Centrale Raad van Beroep vond echter geen aanleiding om het oordeel van de voorzieningenrechter te wijzigen. De Raad overwoog dat artikel 8 EVRM Pro niet zo ver reikt dat het College verplicht is bijzondere bijstand te verlenen om het gezinsleven financieel mogelijk te maken tijdens het verblijf van de echtgenote in Bulgarije. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijzondere bijstand wordt bevestigd.