ECLI:NL:CRVB:2007:BA8258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens te veel bijverdiensten en OV-studentenkaart studiefinanciering 2001
Appellante maakte bezwaar tegen een door de IB-Groep opgelegde vordering wegens te veel bijverdiensten in 2001 en het bezit van een OV-studentenkaart gedurende dat jaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij voerde aan dat zij in augustus 2001 telefonisch haar studiefinanciering had stopgezet vanwege overschrijding van de bijverdiengrens en dat zij niet wist dat vanaf september 2001 een nullening werd verstrekt.
De Raad oordeelde dat er geen verifieerbare gegevens zijn die de stopzetting bevestigen en dat de IB-Groep terecht het volledige kalenderjaar 2001 heeft meegenomen bij de berekening van het toetsingsinkomen. Tevens werd vastgesteld dat volgens de Wet studiefinanciering 2000 een nullening automatisch wordt toegekend indien geen lening wordt aangevraagd, en dat dit ook voor appellante vanaf september 2001 gold.
De Raad concludeerde dat appellantes stelling over het ontbreken van een aanvraag voor de nullening niet relevant is en bevestigde de eerdere uitspraak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vordering wegens te veel bijverdiensten en onterecht bezit van de OV-studentenkaart over 2001 wordt bevestigd.