ECLI:NL:CRVB:2007:BA8377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig verkregen bewijs bij onderzoek gezamenlijke huishouding in bijstandszaak
Appellante ontving sinds 1996 bijstand en verhuurde vanaf 1999 een kamer aan een derde. Na meerdere onderzoeken, waaronder huisbezoeken in 1999 en 2004, werd geen gezamenlijke huishouding vastgesteld. Op 5 oktober 2005 vond een onaangekondigd huisbezoek plaats waarbij handhavingsmedewerkers zonder expliciete toestemming alle kamers en kasten bekeken.
De Centrale Raad oordeelde dat dit huisbezoek niet voldeed aan de vereisten van informed consent en een onrechtmatige inbreuk op het huisrecht en de persoonlijke levenssfeer vormde. Daarom moesten de tijdens dit huisbezoek verkregen gegevens als onrechtmatig bewijs worden aangemerkt en buiten beschouwing worden gelaten.
Het College had op basis van dit bewijs de bijstand ingetrokken, maar de Raad stelde vast dat er geen ander bewijs was voor het voeren van een gezamenlijke huishouding. Het besluit was onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De Raad vernietigde het besluit en het vonnis van de voorzieningenrechter, herroept het eerdere besluit en veroordeelde het College tot vergoeding van wettelijke rente over de periode van niet-uitbetaling van bijstand en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens onrechtmatig verkregen bewijs en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.