ECLI:NL:CRVB:2007:BA8589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken Uwv als partij vernietigd en terugverwezen
Appellant stelde beroep in tegen een vermeende beslissing van het UWV omtrent de hoogte van zijn WAJONG-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat er geen besluit was waartegen beroep openstond, en het UWV niet als partij werd aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep constateerde dat de rechtbank het UWV niet in de procedure had betrokken, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht vereist is wanneer een besluit van het UWV wordt bestreden.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug. De Raad benadrukte dat het betrekken van het UWV noodzakelijk is om te bepalen of en tegen welk besluit het beroep zich richt en om een inhoudelijke beoordeling mogelijk te maken. Tevens bepaalde de Raad dat het betaalde griffierecht door het UWV aan appellant moet worden vergoed.
De uitspraak betekent niet dat appellant in het beroep wordt ontvangen of dat zijn beroep gegrond is, maar dat de procedure correct moet worden gevolgd met betrokkenheid van het UWV. De Raad wees proceskostenveroordeling af wegens ontbreken van gronden.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank met vergoeding van het griffierecht door het UWV.