ECLI:NL:CRVB:2007:BA8974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om verhoging van zijn WAO-uitkering met ingang van 30 november 1993, stellende dat zijn gezondheidstoestand, met name psychisch, was verslechterd. Het UWV weigerde dit verzoek op grond dat de arbeidsongeschiktheid niet was toegenomen gedurende een onafgebroken periode van vier weken.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, en deze uitspraak werd in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep bevestigd. De Raad oordeelde dat appellant zijn stellingen omtrent verslechtering van zijn gezondheid niet voldoende met medische gegevens had onderbouwd.
Op basis van het beschikbare medische rapport van de bezwaarverzekeringsarts concludeerde de Raad dat het UWV terecht had geoordeeld dat geen sprake was van een toename van arbeidsongeschiktheid die aan de wettelijke vereisten voldeed. Het hoger beroep van appellant werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te verhogen wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid die onafgebroken vier weken heeft geduurd.