ECLI:NL:CRVB:2007:BA9203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek vergoeding kosten psychotherapie op grond van de Wet REA afgewezen wegens ontbreken overgangsrecht
Betrokkene verzocht op 24 januari 2002 om vergoeding van kosten voor psychotherapie en reiskosten op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) voor de periode oktober 2000 tot en met december 2001.
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, wees dit verzoek af op basis van artikel 2 van Pro de Regeling werkgeverssubsidies REA. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit en bepaalde dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moest nemen, waarbij het Rea-besluit van vóór 1 januari 2002 moest worden toegepast.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het recht van toepassing is zoals dat gold ten tijde van de aanvraag, namelijk het Rea-besluit zoals dat vanaf 1 januari 2002 geldt. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het een nieuw besluit op bezwaar beval.
Verder stelt de Raad vast dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 11 van Pro het Rea-besluit in verbinding met artikel 31, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet REA. De psychotherapie vond niet op de werkplek plaats, wat een vereiste is voor toekenning van persoonlijke ondersteuning. Hierdoor komt het verzoek niet voor toewijzing in aanmerking.
De Raad handhaaft de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit van 5 september 2003 en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van psychotherapiekosten wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van de Wet REA en het Rea-besluit.