ECLI:NL:CRVB:2007:BA9203

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-63 REA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Regeling werkgeverssubsidies REAArt. 2 Rea-besluitArt. 11 Rea-besluitArt. 31, tweede lid, aanhef en onder b, Wet REA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek vergoeding kosten psychotherapie op grond van de Wet REA afgewezen wegens ontbreken overgangsrecht

Betrokkene verzocht op 24 januari 2002 om vergoeding van kosten voor psychotherapie en reiskosten op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) voor de periode oktober 2000 tot en met december 2001.

Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, wees dit verzoek af op basis van artikel 2 van Pro de Regeling werkgeverssubsidies REA. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit en bepaalde dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moest nemen, waarbij het Rea-besluit van vóór 1 januari 2002 moest worden toegepast.

In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het recht van toepassing is zoals dat gold ten tijde van de aanvraag, namelijk het Rea-besluit zoals dat vanaf 1 januari 2002 geldt. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het een nieuw besluit op bezwaar beval.

Verder stelt de Raad vast dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 11 van Pro het Rea-besluit in verbinding met artikel 31, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet REA. De psychotherapie vond niet op de werkplek plaats, wat een vereiste is voor toekenning van persoonlijke ondersteuning. Hierdoor komt het verzoek niet voor toewijzing in aanmerking.

De Raad handhaaft de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit van 5 september 2003 en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van psychotherapiekosten wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van de Wet REA en het Rea-besluit.

Uitspraak

05/63 REA
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 november 2004, 03/3046 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
[betrokkene] (hierna: betrokkene)
Datum uitspraak: 27 juni 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. A van Deuzen, advocaat te Zoetermeer, een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 4 april 2007, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Betrokkene heeft appellant op 24 januari 2002 verzocht haar op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (hierna: Wet Rea) een vergoeding te verstrekken voor door haar gemaakte kosten van psychotherapie (en de daarmee samenhangende reiskosten) in de periode van oktober 2000 tot en met
december 2001, tot een bedrag van in totaal € 17.066,74.
Bij besluit van 15 oktober 2002, in bezwaar gehandhaafd bij besluit van 5 september 2003, heeft appellant geweigerd deze kosten te vergoeden. Appellant heeft de besluitvorming doen berusten op artikel 2 van Pro de Regeling werkgeverssubsidies REA (hierna: Regeling).
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - met bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten - het beroep van betrokkene tegen het besluit van 5 september 2003 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat appellant een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen met inachtneming van de uitspraak. De rechtbank heeft overwogen dat appellant de aanvraag van betrokkene ten onrechte heeft getoetst aan artikel 2 van Pro de Regeling, in plaats van aan artikel 2 van Pro het Reïntegratie-instrumentenbesluit Wet Rea (hierna: Rea-besluit). Voorts heeft de rechtbank, onder verwijzing naar de rechtspraak van de Raad inzake de temporele werking van regelgeving, overwogen dat de aanvraag van betrokkene dient te worden beoordeeld aan de hand van artikel 2 van Pro het Rea-besluit zoals deze bepaling luidde vóór de wijziging met ingang van 1 januari 2002.
Appellant heeft in hoger beroep als grief aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, indien een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen, daarbij toepassing moet worden gegeven aan artikel 2 van Pro het Rea-besluit zoals deze bepaling luidt vanaf 1 januari 2002. Appellant heeft zich voorts op het - nadere - standpunt gesteld, dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 11 van Pro het Rea-besluit in verbinding met artikel 31, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet REA.
Betrokkene heeft naar voren gebracht dat sprake is geweest van persoonlijke en werkgerelateerde ondersteuning en begeleiding, omdat het doel van de psychotherapie was het kunnen realiseren van de terugkeer van betrokkene op haar werkplek. Dat de ondersteuning en begeleiding feitelijk niet op de werkplek heeft plaatsgevonden, houdt enerzijds verband met het feit dat betrokkene arbeidsongeschikt was en anderzijds met de vestigingsplaats van de psychotherapeute.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
De Raad is met appellant van oordeel dat bij gebreke van andersluidend overgangsrecht moet worden uitgegaan van het recht zoals dat gold ten tijde van de aanvraag (van 24 januari 2002). Dit betekent dat van toepassing is artikel 2 van Pro het Rea-besluit zoals deze bepaling luidt vanaf 1 januari 2002.
Hieruit volgt dat de grief van appellant slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover daarbij is bepaald dat appellant een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De Raad is vervolgens met appellant van oordeel dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 11 van Pro het Rea-besluit in verbinding met artikel 31, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet REA.
Artikel 11 van Pro het Rea-besluit luidt als volgt:
“1. Een voorziening in de vorm van persoonlijke ondersteuning kan uitsluitend worden toegekend op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel b, van de Wet [Rea]. De toekenning, bedoeld in de eerste zin, kan bestaan uit het beschikbaar stellen van persoonlijke ondersteuning of uit vergoeding van de kosten voor persoonlijke ondersteuning.
2. De voorziening, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend indien:
a. de persoonlijke ondersteuning bestaat uit een individueel trainings- of inwerkprogramma op de werkplek en een systematische begeleiding van de arbeidsgehandicapte werknemer gericht op het behouden van de arbeidsplaats; (…).”.
Nog daargelaten of de door betrokkene ondergane psychotherapie kan worden beschouwd als persoonlijke ondersteuning in de zin van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet Rea, en eveneens daargelaten of is voldaan aan de overige in artikel 11, tweede lid, aanhef en onder a, van het Rea-besluit opgenomen voorwaarden, is niet in geschil dat de psychotherapie niet op de werkplek heeft plaatsvonden maar in de praktijk voor integrale pedagogiek en psychotherapie te Bemelen. Dit betekent dat de aanvraag van betrokkene reeds op die grond niet voor toewijzing in aanmerking komt.
Gelet hierop zal de Raad bepalen dat de rechtsgevolgen van het door de rechtbank vernietigde besluit van 5 september 2003 in stand blijven.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij is bepaald dat appellant een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen met inachtneming van de uitspraak;
Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het door de rechtbank vernietigde besluit van 5 september 2003 in stand blijven.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en R.M. van Male en H.J. de Mooij als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.R. Bagga als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2007.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) S.R. Bagga.
BKH 260607