ECLI:NL:CRVB:2007:BA9443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens onjuiste inkomensopgave
Appellant, die sinds 1993 arbeidsongeschikt was en een WAO-uitkering ontving, trad in mei 2000 in dienst bij een taxibedrijf en gaf een lager inkomen op dan hij daadwerkelijk verdiende. Het UWV ontdekte via onderzoek en een verhoor dat appellant meer inkomsten had dan opgegeven, mede door fraude bij de werkgever.
Het UWV trok de WAO-uitkering vanaf mei 2003 in en vorderde een bedrag van bijna €12.000 terug voor te veel ontvangen uitkeringen tussen mei 2000 en oktober 2002. Appellant betwistte dit, maar de rechtbank en de Raad oordeelden dat het UWV terecht had gehandeld.
De Raad achtte de verklaringen van appellant tijdens het verhoor betrouwbaar en vond geen aanwijzingen voor druk of misleiding. De schending van de inlichtingenplicht was aannemelijk, en het UWV mocht de inkomsten schatten op ten minste het maatmanloon. De terugvordering werd gegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en terugvordering van te veel betaalde bedragen worden bevestigd.