ECLI:NL:CRVB:2007:BA9451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten en onjuiste woonplaats
Appellant ontving bijstand van de gemeente ’s-Gravenhage van juni 2001 tot november 2002. Na informatie van de Belastingdienst en loongegevens van uitzendbureaus stelde het College vast dat appellant inkomsten had uit arbeid die niet waren opgegeven. Tevens bleek appellant in een andere gemeente ingeschreven te staan gedurende een deel van de periode.
Het College herzag en trok de bijstand over de betreffende periode in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. Appellant voerde in hoger beroep aan dat mogelijk misbruik was gemaakt van zijn sofinummer en dat zijn neef met zijn bankrekeningen had gehandeld. Ook betwistte hij zijn woonplaatsverandering.
De Raad oordeelde dat het College terecht uitging van de verkregen looninformatie en dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen. De inschrijving in een andere gemeente werd als feitelijke woonplaatsverandering beschouwd. Het College handelde binnen zijn bevoegdheid en het terugvorderingsbeleid was redelijk toegepast. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen inkomsten en onjuiste woonplaats.