ECLI:NL:CRVB:2007:BA9501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op 17e verjaardag
Appellante verzocht het UWV om een WAJONG-uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid als jeugdgehandicapte. Het UWV weigerde dit omdat zij op haar 17e verjaardag niet arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond vanwege onvoldoende medische onderbouwing van haar standpunt over de ingangsdatum van haar arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en voegde een brief toe van een psycholoog die stelde dat haar problematiek ook in haar jeugd bestond. De Raad oordeelde dat deze verklaring onvoldoende inzicht gaf in de ernst en ontwikkeling van haar aandoening op de relevante datum en dat de belastende omstandigheden na haar 17e verjaardag mede de ernst van haar situatie bepaalden.
De Raad zag geen aanleiding voor een aanvullende expertise en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het UWV het medische beeld en de beperkingen op de ingangsdatum niet onjuist had beoordeeld. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd.