ECLI:NL:CRVB:2007:BA9579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken toename arbeidsongeschiktheid
Appellant had per 14 december 1999 een WAO-uitkering toegekend gekregen, die op 4 juni 2002 werd ingetrokken met ingang van 4 augustus 2002 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens verzocht appellant op 9 september 2003 om herbeoordeling van de WAO-uitkering wegens vermeende toename van psychische klachten per 3 maart 2003.
De Raad overwoog dat artikel 43a van de WAO alleen ziet op een toename van medische beperkingen. Uit het onderzoek van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bleek geen toename van medische beperkingen, zodat geen aanleiding was tot heropening van de uitkering. De rechtbank had dit oordeel al bevestigd en de Raad onderschrijft dit volledig.
Appellant voerde ook schending van de redelijke termijn aan, maar de Raad oordeelde dat de termijn van circa drie jaar en vijf maanden niet onredelijk was. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen grond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen medische beperkingen.