ECLI:NL:CRVB:2007:BA9628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen van het besluit van 28 februari 1997 waarbij haar WAO-uitkering werd ingetrokken wegens vermeende arbeidsongeschiktheid van minder dan 20%. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een heroverweging konden rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat er wel nieuwe feiten waren, waaronder het niet ontvangen van het intrekkingsbesluit, het ontbreken van juridische bijstand destijds vanwege een psychose, en onzorgvuldigheden in de medische beoordeling. De Raad overwoog echter dat deze gronden geen nieuwe feiten of omstandigheden vormen, omdat zij reeds bij het oorspronkelijke besluit aan de orde hadden kunnen komen.
De Raad benadrukte dat het verzoek om terug te komen op een onherroepelijk besluit alleen kan slagen bij het aantonen van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De door appellante overgelegde medische verklaring van 15 mei 2007 kon niet worden meegewogen omdat deze niet bekend was bij het UWV ten tijde van het eerdere besluit. Ook wees de Raad het verzoek om een onafhankelijk medisch deskundige af, omdat dit niet past binnen de beperkte toetsing van een terugkomingsverzoek.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om terug te komen van het intrekkingsbesluit wordt bevestigd.