ECLI:NL:CRVB:2007:BB0230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-schatting met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid op 15-25% werd vastgesteld per 11 juni 2003. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren, onderbouwd met een psychiatrisch rapport.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen op de datum in geding niet onzorgvuldig waren vastgesteld en onderschreef de overwegingen van de rechtbank. Wel stelde de Raad vast dat de beperking op het aspect ‘emotionele problemen van anderen hanteren’ niet eerder was toegelicht, waardoor de motiveringseisen pas in hoger beroep waren vervuld. Daarom vernietigde de Raad zowel het bestreden besluit als de aangevallen uitspraak.
Ondanks de vernietiging liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat het UWV onvoldoende had aangetoond dat de functie van machinaal metaalbewerker geschikt was gezien de geluidsbeperkingen van appellant. De overige functies bleven passend en voldoende voor de schatting van arbeidsongeschiktheid. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant, die werden vastgesteld op €1.311,48, te betalen aan de griffier van de Raad.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.