ECLI:NL:CRVB:2007:BB0236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor aangepaste arbeid
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, viel uit wegens long- en pijnklachten en ontving aanvankelijk een WAO-uitkering. Na herbeoordeling werd hij geschikt geacht voor stressarme, lichte werkzaamheden. Ziekmeldingen in 2004 wegens verergerde klachten leidden tot weigering van ziekengeld door het UWV.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de klachten, waaronder een ulnarisneuropathie, geen ongeschiktheid voor de functie veroorzaakten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel, stellende dat appellant geschikt is voor ten minste één WAO-geduide functie.
De Raad oordeelt dat de rechtbank over voldoende informatie beschikte, ook al ontbrak aanvankelijk een functieomschrijving. Nieuwe medische gegevens werden niet aangevoerd. Toegenomen beperkingen behoeven geen nieuwe functiemogelijkhedenlijst bij Ziektewetbeoordelingen. De weigering van ziekengeld blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellant geschikt is voor de functie productiemedewerker industrie.