ECLI:NL:CRVB:2021:2132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet- en WIA-uitkering na beoordeling geschiktheid voor functie inpakster koekjes
Appellante, voormalig schoonmaakster, kreeg een Ziektewetuitkering die per 20 oktober 2017 werd beëindigd omdat zij geschikt werd geacht voor de functie van inpakster koekjes. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellante ondanks haar knieprothese en psychische klachten geschikt bleef voor deze functie.
De rechtbank oordeelde eerder dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd of de psychische klachten een rol speelden, maar herstelde dit motiveringsgebrek later. Appellante stelde dat een nieuwe functionele medische lijst (FML) had moeten worden opgesteld vanwege verhoogd valrisico en psychische beperkingen, maar de Raad volgde het UWV dat dit niet noodzakelijk was bij een ZW-beoordeling.
Ook de WIA-uitkering werd terecht beëindigd omdat de psychische problematiek een andere ziekteoorzaak betrof en geen rol kon spelen bij de WIA-beoordeling. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees de verzoeken om schadevergoeding af. De medische beoordeling was consistent en voldoende gemotiveerd, en er was geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet- en WIA-uitkering omdat appellante geschikt is voor de functie van inpakster koekjes.