ECLI:NL:CRVB:2007:BB0287

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-4687 WAZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAZ-uitkering na medisch onderzoek en beoordeling belastbaarheid

Appellante ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem die het beroep tegen de intrekking van haar WAZ-uitkering ongegrond verklaarde. De rechtbank had geoordeeld dat het medische onderzoek voldoende volledig en zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen van appellante waren onderschat. Ook was er geen reden voor een urenbeperking en de geselecteerde functies overschreden haar belastbaarheid niet.

In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische situatie was verslechterd en dat zij niet in staat was om hele dagen te werken. Ter onderbouwing overhandigde zij brieven van een revalidatiecentrum en haar huisarts. De bezwaarverzekeringsarts reageerde op deze brieven en concludeerde dat er geen nieuwe medische gegevens of argumenten waren die meer beperkingen rechtvaardigden.

De Raad oordeelde dat de brieven geen aanleiding gaven om het eerdere oordeel te herzien. Ook was het niet nodig om aanvullende informatie bij de reumatoloog in te winnen, omdat de huisartsbrief reeds relevante informatie bevatte die door de bezwaarverzekeringsarts was betrokken. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

05/4687 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 16 juni 2005, 05-207 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 20 juli 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. B.M. van Kerkvoorden, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand de Leusden, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2007. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot. Het Uwv was vertegenwoordigd door
mr. C. Vork.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van het Uwv van 13 december 2004, waarbij de intrekking van de WAZ-uitkering is gehandhaafd, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het medische onderzoek voldoende volledig en zorgvuldig is geweest en er geen aanleiding is te twijfelen aan de juistheid van het medische oordeel. Niet is gebleken dat de beperkingen zijn onderschat en er is voldoende gemotiveerd waarom er geen reden is voor een urenbeperking. Aan de geduide functies is geen zwaardere belasting verbonden dan voor appellante is toegestaan.
Appellant heeft hiertegen aangevoerd dat haar medische situatie is verslechterd. Op de datum in geding was het voor appellante volstrekt niet mogelijk om gedurende hele dagen werkzaamheden te verrichten. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft appellante een brief van revalidatiecentrum Heliomare van 9 februari 2005 overgelegd en een brief van de huisarts van 14 mei 2007.
De bezwaarverzekeringsarts heeft in de rapportage van 7 september 2005 gereageerd op de brief van Heliomare. De bezwaarverzekeringsarts heeft in haar rapportage van 30 mei 2007 aangegeven dat de huisarts geen nieuwe medische gegevens meldt en geen medische argumenten geeft waarom er meer beperkingen van toepassing zouden zijn.
Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank.
De brieven van Heliomare en de huisarts leiden niet tot de conclusie dat sprake is van meer beperkingen dan het Uwv heeft aangenomen. Uit deze brieven blijkt immers niet van meer medisch geobjectiveerde beperkingen. De Raad verwijst terzake naar de hiervoor genoemde rapportages van de bezwaarverzekeringsarts.
Voor het oordeel dat er reden is voor een urenbeperking zijn in deze brieven evenmin aanknopingspunten te vinden.
Met betrekking tot appellantes stelling dat het Uwv ook informatie bij de reumatoloog had moeten inwinnen, overweegt de Raad dat hiertoe gelet op de reeds voorhanden gegevens geen aanleiding bestond. Overigens wijst de Raad er op dat de brief van de huisarts van 14 mei 2007 ook informatie van de reumatoloog bevat, zodat de bezwaarverzekeringsarts deze informatie op 30 mei 2007 bij zijn oordeel heeft kunnen betrekken.
De Raad is voorts met de rechtbank van oordeel dat de belasting van de voor appellante geselecteerde functies haar belastbaarheid niet overschrijdt. Vergelijking van het voor appellante geldende maatmaninkomen met het loon dat zij nog kan verdienen met deze werkzaamheden resulteert in een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%.
Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.J. H. Doornewaard als voorzitter en
I.M.J. Hilhorst-Hagen en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2007.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) N.E. Nijdam.