ECLI:NL:CRVB:2007:BB0423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Herroeping schorsing WAO-uitkering wegens niet verschijnen spreekuur en niet melden verblijf buitenland
Appellant ontving een WAO-uitkering en werd opgeroepen voor een spreekuur bij een arbeidsdeskundige. Hij verscheen niet omdat hij vanwege een psychiatrische behandeling in Syrië verbleef. Het UWV schortte daarop de uitkering op wegens het niet verschijnen zonder geldige reden. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het niet verschijnen niet verwijtbaar was, maar stelde dat appellant de verplichting om zijn verblijf in het buitenland te melden had geschonden, waardoor de schorsing in stand bleef.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat in het besluit van 13 september 2004 en het bestreden besluit alleen de schending van artikel 25 WAO Pro (niet verschijnen op spreekuur) als grond voor schorsing is genoemd. De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte aan het bestreden besluit een strekking heeft gegeven die daar niet in is neergelegd, namelijk de schending van de controlevoorschriften omtrent het melden van het verblijf in het buitenland.
Omdat het UWV geen hoger beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, herroept de Raad het besluit van 13 september 2004. Het UWV heeft inmiddels de uitkering hervat en zal rente vergoeden over de te laat betaalde termijnen. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: De schorsing van de WAO-uitkering wordt herroepen omdat de schorsing uitsluitend was gebaseerd op het niet verschijnen op het spreekuur en niet op het niet melden van het verblijf in het buitenland.