ECLI:NL:CRVB:2007:BB0558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende vaststelling woonplaats
Appellant ontving sinds april 2003 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen stelde op basis van een onderzoek dat appellant niet woonde op het opgegeven adres in Nijmegen, maar in Rotterdam, en trok de bijstand in met terugvordering van de kosten over een bepaalde periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College onvoldoende feiten en omstandigheden had verzameld om het besluit te dragen. Uit het onderzoek bleek dat appellant in de maanden september tot en met november 2004 regelmatig in Rotterdam verbleef, maar dit betekent niet dat hij zijn woonplaats in Nijmegen had prijsgegeven.
De Raad stelde vast dat het huisbezoek en de verklaringen onvoldoende waren om te concluderen dat appellant niet meer in Nijmegen woonde. Daarom vernietigde de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beval het College een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde de Raad het College tot betaling van de proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende vaststelling van de woonplaats en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.