ECLI:NL:CRVB:2007:BB0713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant, werkzaam als steigerbouwer, was sinds 1997 arbeidsongeschikt met een WAO-uitkering van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2004 stelde het UWV dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden had en verlaagde de uitkering naar 25-35%. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn rugklachten en psychische klachten onverminderd waren.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV in 2005 wegens onvoldoende motivering van de medische beoordeling. Het UWV stelde daarop nieuwe rapportages op, waarin werd toegelicht waarom appellant wel duurzaam benutbare mogelijkheden had. De Centrale Raad van Beroep heeft deze rapportages beoordeeld en geoordeeld dat de medische en arbeidskundige onderbouwing toereikend is.
De Raad concludeert dat de eerdere klachten niet wijzen op een volledige arbeidsongeschiktheid per 24 april 2004 en dat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.