ECLI:NL:CRVB:2007:BB0716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAZ-uitkering wegens onjuiste toepassing Schattingsbesluit 2004
Appellant, zelfstandig fruitteler met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ, kreeg per 4 januari 2006 een besluit van het UWV waarin zijn uitkering werd ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het Schattingsbesluit 2004 onverkort toepaste voor de maximering van de urenomvang van de maatman.
In hoger beroep stelde appellant dat deze maximering onverenigbaar was met het beginsel van feitelijke inkomstenderving. De Centrale Raad van Beroep stelde appellant in het gelijk en oordeelde dat het Schattingsbesluit 2004, voor zover het afwijkt van het beginsel van feitelijke inkomstenderving, onverbindend is. De aangevallen uitspraak werd vernietigd en het besluit van 4 januari 2006 werd eveneens vernietigd.
De Raad bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat de resterende verdiencapaciteit op juiste wijze was vastgesteld op basis van functies met voldoende arbeidsplaatsen en een arbeidsongeschiktheid van 23,77%. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.