ECLI:NL:CRVB:2007:BB0717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens vervallen procesbelang na nieuwe beslissing UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank waarin zijn beroep ongegrond werd verklaard inzake de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid en de hoogte van zijn WAO-uitkering. Het UWV wijzigde echter na nader onderzoek haar standpunt en gaf een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 80 tot 100%, met een herziening van de WAO-uitkering per 1 september 2004.
De Raad overwoog dat met deze nieuwe beslissing volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant, waardoor het belang bij het hoger beroep is komen te vervallen. Appellant voerde nog aan dat hij belang had bij vernietiging van de eerdere uitspraak en toekenning van proceskostenvergoeding, maar de Raad vond dit onvoldoende om het hoger beroep ontvankelijk te verklaren.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, alsmede het betaalde griffierecht aan appellant. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 juli 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na nieuwe beslissing UWV; proceskosten worden aan appellant vergoed.