ECLI:NL:CRVB:2007:BB0752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na beoordeling geschiktheid functies en beperkingen
Appellant viel in november 2001 uit wegens schouderklachten en kreeg op grond van medisch en arbeidskundig onderzoek een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 15 en 25%.
In bezwaar en hoger beroep werd betwist of de beperkingen van appellant voldoende waren erkend en of de geselecteerde functies passend waren. Diverse medische rapporten, onder meer van verzekeringsartsen en orthopedisch chirurgen, werden overgelegd, maar deze ondersteunden niet de stelling van appellant dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegenomen.
De Raad concludeerde dat de functies meteropnemer, verkoper groothandel en parkeercontroleur passend waren en dat het verlies aan verdiencapaciteit juist was vastgesteld op circa 22,89%. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit van het UWV en oordeelde dat voldoende rekening was gehouden met de klachten en beperkingen van appellant, en dat de schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid rechtmatig was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot vaststelling van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.