ECLI:NL:CRVB:2007:BB1069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.F. Bandringa
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Geen overname betalingsverplichtingen werkgever na ontslag op staande voet
Appellant was werkzaam als straatmaker en werd op staande voet ontslagen wegens ongeoorloofde afwezigheid. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onterecht was en veroordeelde de werkgever tot betaling van loon en schadevergoeding. De werkgever ging in hoger beroep. Appellant verzocht het UWV om de betalingsverplichtingen van de werkgever over te nemen, omdat de deurwaarder niet kon incasseren en de werkgever geen verhaal bood.
Het UWV verrichtte een onderzoek waaruit bleek dat de werkgever het bedrijf nog steeds exploiteert, zij het in afgeslankte vorm, en de lopende salarissen betaalt. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de werkgever in een blijvende toestand van betalingsonmacht verkeert. Het enkele feit dat de deurwaarder niet kon incasseren was onvoldoende bewijs voor blijvende betalingsonmacht.
De Raad bevestigde het bestreden besluit van het UWV en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 juli 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.