ECLI:NL:CRVB:2007:BB1510
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening IOAZ-uitkeringsbesluit na inschrijving nieuwe vennootschap
Verzoeker was als zelfstandige werkzaam in een vennootschap onder firma die hij per 1 januari 2000 uitschreef uit het handelsregister. Hij ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAZ) en een IOAZ-uitkering vanaf 10 mei 2000. Later bleek dat verzoeker op 2 januari 2000 een nieuwe vennootschap had ingeschreven met zichzelf en zijn echtgenote als vennoten.
Het College trok de IOAZ-uitkering in per 7 oktober 2002 vanwege deze inschrijving en het niet melden daarvan. Verzoeker maakte bezwaar en ging in beroep, maar zowel rechtbank als Raad verklaarden het bezwaar ongegrond. Vervolgens verzocht verzoeker om herziening van de uitspraak van de Raad, stellende dat de grondslag van zijn WAZ-uitkering onjuist was vastgesteld en dat het College onjuiste gegevens had verstrekt.
De Raad overwoog dat het verzoek om herziening slechts mogelijk is bij feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Dit is niet het geval, aangezien de nieuwe vennootschap reeds vóór de uitspraak bestond en verzoeker geen nieuwe feiten aanvoert die niet eerder bekend konden zijn.
Daarom wijst de Centrale Raad het verzoek om herziening af en veroordeelt verzoeker niet in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns op 7 augustus 2007.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.