ECLI:NL:CRVB:2007:BB1685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht uitwonendenbeurs ondanks bijzondere situatie
Appellante had in 2001 studiefinanciering aangevraagd, waarbij door een fout een één-oudertoeslag werd toegekend in plaats van een uitwonendenbeurs. Pas in 2004 werd deze fout ontdekt, waarna appellante alsnog een aanvraag voor de uitwonendenbeurs met terugwerkende kracht indiende.
De IB-Groep weigerde deze terugwerkende toekenning op grond van artikel 3.21, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000, dat dit uitsluit. Appellante stelde dat haar situatie bijzonder was en dat de IB-Groep daarom van de wet had moeten afwijken.
De Raad oordeelde dat hoewel de IB-Groep een fout had gemaakt bij de oorspronkelijke beoordeling, appellante zelf enige schuld trof doordat zij niet tijdig had gehandeld na ontvangst van de Berichten Studiefinanciering. De Raad vond dat de IB-Groep niet verplicht was om op grond van de hardheidsclausule of anderszins van de wet af te wijken.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van terugwerkende kracht voor de uitwonendenbeurs wordt bevestigd.