ECLI:NL:CRVB:2007:BB1943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewet-uitkering wegens vermeende arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellante werkte tot 22 maart 2004 bij een werkgever en startte op 29 maart 2004 bij een nieuwe werkgever via uitzendbureau Tempo Team Werknet. Kort daarna viel zij uit wegens knieklachten. Het UWV weigerde haar Ziektewet-uitkering met het argument dat zij bij aanvang van de verzekering al arbeidsongeschikt was of dat dit binnen een half jaar te verwachten was.
De verzekeringsarts concludeerde dat appellante op 29 maart 2004 niet geschikt was voor het werk, mede omdat zij al ruim een jaar knieklachten had. De huisarts verklaarde dat de klachten patellofemoraal waren met doorgaans goede prognose. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad stelt dat een stellige verwachting van arbeidsongeschiktheid binnen een half jaar niet kan worden afgeleid uit een eenmalig bezoek ruim een jaar voor de verzekering en dat het feit dat appellante kort na aanvang uitviel geen bewijs is voor arbeidsongeschiktheid bij aanvang. De Raad vernietigt het besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen, waarbij appellante recht heeft op proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.