ECLI:NL:CRVB:2007:BB2183

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6439 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.C.M. van Laar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 AwbArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering vergoeding kosten deskundige niet-medisch in bestuursrechtelijke procedure

Appellante stelde in hoger beroep dat de kosten van een rapportage van mevrouw Verhage van Instituut Psychosofia vergoed zouden moeten worden. De rechtbank Rotterdam had deze kosten reeds afgewezen omdat mevrouw Verhage niet als medisch deskundige in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht kon worden aangemerkt.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat deze lijn van jurisprudentie correct is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin is bepaald dat rapportages van mevrouw Verhage niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat zij geen medisch deskundige is.

Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de vaste jurisprudentie en vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De beslissing werd uitgesproken door M.C.M. van Laar namens de Centrale Raad van Beroep op 22 augustus 2007.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kosten van de rapportage van een niet-medisch deskundige niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Uitspraak

05/6439 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 oktober 2005, 05/1419 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 22 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2007. Namens appellante is mr. De Jonge verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.L.J. Weltevrede.
II. OVERWEGINGEN
Het hoger beroep is gericht tegen de overweging van de rechtbank dat zij het Uwv kan volgen in zijn overweging in het besluit op bezwaar van 18 maart 2005, dat de kosten van de rapportage van mevrouw Verhage van Instituut Psychosofia, bij declaratie van 20 februari 2003 begroot op ad € 1.122,65, niet voor vergoeding op grond van artikel 7:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in aanmerking komen, nu deze kosten niet betrekking hebben op een deskundige als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank heeft deze overweging gemotiveerd door te verwijzen naar vaste jurisprudentie van deze Raad, waaronder een uitspraak van 14 oktober 2003, LJN: AN8064, waarin de Raad heeft geoordeeld dat kosten van rapportages van mevrouw Verhage van Instituut Psychosofia niet voor vergoeding in aanmerking komen, nu zij niet als medisch deskundige kan worden aangemerkt.
Namens appellante is in hoger beroep betoogd dat de jurisprudentie van deze Raad terzake nog niet is uitgekristalliseerd. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd treft geen doel. Niet in geschil is dat het hier gaat om een rapportage met een zogeheten blanco diagnosestelling. De Raad volstaat er thans mee te verwijzen naar zijn uitspraak van
15 mei 2007, LJN: BA5367, waarin de Raad heeft verwezen naar zijn uitspraken van 13 april 2005, LJN: AT4323, van 13 juli 2005, LJN: AT9828, en van 16 maart 2007, LJN: BA1360, BA1394, BA1460 en BA1751. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad komt een rapport van mevrouw Verhage van Instituut Psychosofia als het onderhavige niet voor vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in aanmerking, nu dit geen rapport van een medisch deskundige zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht is noch daarmee is gelijk te stellen.
De Raad concludeert dat de rechtbank met juistheid heeft overwogen dat de kosten van het onderhavige rapport van mevrouw Verhage van Instituut Psychosofia niet voor vergoeding in aanmerking komen. De aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten, dient dan ook te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voorzover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2007.
(get.) M.C.M. van Laar.
(get.) J. Verrips.
DK