ECLI:NL:CRVB:2007:BB2187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering WW-uitkering en korting ZW-uitkering wegens te late ziekmelding
Appellante meldde zich op 1 maart 2004 ziek met terugwerkende kracht vanaf 21 december 2003, wat 77 dagen te laat was volgens artikel 38a ZW. Het UWV legde daarom een korting van 20% op haar ZW-uitkering op grond van het Maatregelenbesluit Tica.
Daarnaast vorderde het UWV onverschuldigd betaalde WW-uitkeringen over de periode 21 december 2003 tot 1 februari 2004 terug. Appellante voerde aan dat haar persoonlijke omstandigheden een lagere maatregel rechtvaardigden en dat de terugvordering onaanvaardbare gevolgen had.
De Raad oordeelt dat de meldingstermijn overschreden is en dat de maatregel van 20% terecht is opgelegd, omdat geen sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Ook is de terugvordering van de WW-uitkering terecht, omdat de financiële situatie van appellante onvoldoende aanleiding geeft tot afzien van terugvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit op bezwaar van 3 december 2004 niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, wat de Raad bevestigt. Wel vernietigt de Raad het vonnis voor zover het UWV niet werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante en veroordeelt het UWV tot vergoeding hiervan.
De overige besluiten worden bevestigd, waarmee de korting en terugvordering gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De Raad bevestigt de korting van 20% op de ZW-uitkering en de terugvordering van WW-uitkering, en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.