ECLI:NL:CRVB:2007:BB2197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaald verzoek tot toekenning ziekengeld wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht herhaaldelijk om toekenning van ziekengeld met ingang van 13 december 1995, nadat het Uwv dit eerder had afgewezen. Na eerdere bezwaar- en beroepsprocedures werd het verzoek in 2004 opnieuw afgewezen en verklaarde de rechtbank Rotterdam het beroep ongegrond wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en benadrukt dat een bestuursorgaan weliswaar bevoegd is een herhaalde aanvraag inhoudelijk te behandelen, maar dat de rechter zich bij toetsing moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. Uit rapporten van medische specialisten blijkt dat de nieuwe stukken geen nieuwe feiten bevatten, maar een nadere beoordeling zijn van reeds bekende klachten.
De Raad concludeert dat het Uwv niet onredelijk heeft gehandeld en dat het bestreden besluit rechtmatig is. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het herhaalde verzoek tot toekenning van ziekengeld wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.