ECLI:NL:CRVB:2014:3172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op hersteldverklaring arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verzocht om terug te komen op het besluit van 17 februari 1998, waarbij hem met ingang van 13 december 1995 ziekengeld werd geweigerd. Dit verzoek werd door het Uwv geweigerd en deze weigering werd door de rechtbank Rotterdam bevestigd.
Appellant stelde dat hij binnen vier weken na de hersteldverklaring opnieuw arbeidsongeschikt is geworden en voerde nieuwe medische informatie aan. De rechtbank oordeelde echter dat deze gegevens geen nieuw feit of gewijzigde omstandigheid vormden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ook werd geen aanwijzing gevonden dat appellant zich binnen vier weken na de hersteldverklaring met toegenomen klachten heeft gemeld.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad concludeerde dat de aangevoerde gegevens onvoldoende zijn om terug te komen op de hersteldverklaring en dat er geen sprake is van nieuwe feiten die een herbeoordeling rechtvaardigen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om terug te komen op de hersteldverklaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.