ECLI:NL:CRVB:2007:BB2305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AAW-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid per 1976
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uwv om haar geen AAW-uitkering toe te kennen, omdat zij stelt sinds 1 oktober 1976 arbeidsongeschikt te zijn. Zij baseert dit onder meer op het feit dat zij in 1976 haar werkzaamheden als zelfstandig caféhoudster heeft gestaakt wegens arbeidsongeschiktheid en destijds een uitkering ontving op grond van de Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (TRM).
De Raad verwijst naar de aangevallen uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde en overweegt dat de beoordelingscriteria van de AAW en TRM verschillen, waardoor het ontvangen van een TRM-uitkering niet automatisch betekent dat appellante arbeidsongeschikt was in de zin van de AAW. Medische gegevens, waaronder rapportages van de verzekeringsarts, huisarts en longarts, wijzen uit dat de eerste dag van arbeidsongeschiktheid moet worden vastgesteld op 18 december 1979.
De verklaring van een getuige die werkzaam was bij de gemeente Helmond en de stelling dat appellante door de GGD en een arts van het GAK is gekeurd, overtuigen de Raad niet vanwege gebrek aan medische onderbouwing en onduidelijkheden over de aard en uitkomst van de keuringen.
Daarom oordeelt de Raad dat appellante op 1 oktober 1976 niet arbeidsongeschikt was in de zin van de AAW en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de AAW-uitkering bevestigd.